Zoeken

Hoe laat ik mijn partner goed verzorgd achter?

29/05/2019

GE Pensioen regelt méér dan alleen úw inkomen voor later. Want uw pensioenregeling zorgt als u overlijdt terwijl u nog pensioen opbouwt ook voor uw eventuele partner en kind(eren). Dan is er voor uw partner een partnerpensioen. En voor uw kind(eren) een wezenpensioen. Samen heet dit het nabestaandenpensioen.

Zolang u dus nog pensioen opbouwt bij GE Pensioen is het nabestaandenpensioen goed geregeld. We lieten dat in de vorige nieuwsbrief ook zien aan de hand van een rekenvoorbeeld met de (verzonnen) deelnemer Gerard (54 jaar).

Maar het wordt anders als Gerard overlijdt nadat hij is gestopt met pensioen opbouwen. Dus als Gerard uit dienst gaat bij GE óf op het moment dat hij met pensioen gaat. In principe krijgt de achterblijvende partner van Gerard dan geen partnerpensioen. Dat kan natuurlijk tot vervelende situaties leiden.

Daarom zetten we een deel van het opgebouwde ouderdomspensioen automatisch om in een partnerpensioen. Hierdoor wordt het ouderdomspensioen iets lager. We noemen dit ook wel uitruil.

Dankzij die uitruil krijgt de partner van Gerard ook partnerpensioen als hij op het moment van zijn overlijden géén pensioen meer opbouwde. Het partnerpensioen is dan 70% van het verlaagde ouderdomspensioen. Kijk maar naar het voorbeeld hieronder.

Rekenvoorbeeld uitruil ouderdomspensioen in partnerpensioen na beëindiging opbouw

Gerard (54 jaar) overlijdt terwijl hij géén pensioen meer opbouwt bij GE Pensioen. Hij had op het moment dat de pensioenopbouw bij GE Pensioen stopte een pensioen opgebouwd van € 10.000 bruto per jaar. Wij ruilden een deel van dit pensioen uit.

 

Dat werkt zo. Het uitruilpercentage voor iemand van 54 jaar is volgens het reglement 18%. Van die € 10.000 (100%) wordt dan € 1.800 (18%) afgetrokken. Blijft over € 8.200 aan ouderdomspensioen. Dat is het verlaagde ouderdomspensioen.

 

Als Gerard overlijdt, krijgt zijn partner 70% van die € 8.200. Dat is dus € 5.740 bruto per jaar.


Zo krijgt de partner van Gerard toch een partnerpensioen. En wel een percentage van 70%. Gerard kon dat percentage zelf kiezen: 17,5%, 35% of 52,5% van het na uitruil resterende ouderdomspensioen. Gerard had trouwens ook voor 0% kunnen kiezen. Dan is er dus géén partnerpensioen voor zijn partner. Dat kan best een goede keuze zijn. Bijvoorbeeld als zijn partner zelf voldoende inkomsten heeft.

Dus als u uit dienst of met pensioen gaat, ruilen we automatisch een deel van uw ouderdomspensioen om voor een nabestaandenpensioen van 70%. Als u hiervan af wilt zien - of voor een ander percentage wilt kiezen – kunt u dat direct na het einde van het dienstverband bij het pensioenfonds aangeven. U heeft voor deze keuze wel schriftelijke toestemming van uw partner nodig. Op die manier weet het pensioenfonds zeker dat uw partner ook achter deze keuze staat.

Maar let op: als u dit samen zo beslist, heeft uw partner bij uw overlijden geen recht meer op een partnerpensioen. Of minder partnerpensioen als u voor een lager percentage koos dan 70%.